donderdag 4 juli 2013

Expeditie Bodø 5

Expeditie Bodø

5: Dood, belasting en koolvis

Het zou me niet verbazen als het gezegde: ‘alleen de dood en belasting zijn zekerheden in het leven’,  in Noorwegen luidt: ‘alleen de dood, belasting en koolvis zijn zekerheden in het leven’.  De koolvis is er altijd. Waar en wanneer je ook vist op het zoute water, op een zeker moment beland je in een school koolvissen. Vaak klein, soms van een mooi formaat en als je zoekt, soms van enorme afmetingen. Het pijlsnelle broertje van de kabeljauw en de pollak heeft een uiterlijk dat bij zijn snelheid past: Een torpedovormig lijf met een zwartgrijze rug met witte ‘sportstreep’ en een zilvergrijze buik. Het ‘unique selling point’ van deze vis werkt ook tegen hem; de koolvis is zo talrijk dat veel vissers hem links laten liggen voor schaarsere en daarom ook spannendere soorten. Volledig onterecht, vind ik.
Iedere koolvis weet een glimlach op onze gezichten te toveren. Is het een kleintje dan zijn we verbaasd over de kracht die zo’n klein visje kan ontwikkelen. Is het een flinke koolvis, dan genieten we van de prachtige lijnen en kleur van deze vis.

Menno’s Gat

Bij een tripje tussen de eilandjes, kwamen we vorig jaar in een open gebied terecht, omringd door met metalen staken aangegeven rifjes. We besloten een driftje over dat gebied te wagen. Wie weet zouden we iets anders treffen dan de gullen waaraan we tussen de eilandjes maar niet aan leken te ontkomen. De tactiek werkte tot op zekere hoogte. Na een aantal minuten driften werd de boot door de wind gepakt en voelde ik dat mijn zinkende vliegenlijn geen contact meer maakte met de bodem. Geen probleem voor Menno, die met een pilkertje een paar schelvissen haakte.
Voor de vliegenhengel leek deze drift eens kansloze missie. Maar Menno ging lekker met de spinhengel. We besloten de drift daarom af te maken. Toen Menno midden tussen twee riffen een mooie koolvis landde, maakten wij ook maar een paar worpjes met de vliegenhengel. Zo vingen we tussen water en wind ook een paar fraaie, zwarte torpedo’s. De stek kreeg daarom de naam Menno’s Gat.
Dit jaar komen we goed voorbereid op onze stek. We hebben de Lowrance Elite4 aan boord en kunnen dus de driftjes zo plannen dat we over voor spin-en vliegenhengel behapbare plekken driften, of dat we concentraties van jagende vis kunnen vinden. Opnieuw stelt deze Menno’s Gat niet teleur. De koolvissen dienen zich in aantallen aan. Af en toe is het werken om er eentje van een mooi formaat in bedwang te houden.

Hertenhaar

Onze mooiste confrontatie met deze vaak onderschatte sportvis komt in de jachthaven achter ons huisje. Terwijl we een kop koffie drinken op ons balkonnetje zien we een school vis het haventje inzwemmen.  Met grote kolken zijn ze op jacht naar aasvis in het oppervlak. ‘Daar heb ik wel iets voor’, roep ik, terwijl ik naar mijn hengels loop. Ik tuig mijn viertje op met een intermediate lijn en vis uit een vliegendoos een fraai oranje vliegje met een stomp, hertenharen kopje, gebonden door vliegbindvirtuoos Floris van den Berg.
Op de steiger voor het huisje breng ik mijn lijn op lengte en laat ik de vlieg tegen de steigers aan de overkant plonzen. Een bellenspoortje trekkend beweegt het hertenheren gevalletje zich door de jachthaven. ‘Daar komen ze’, roept Bas vanaf het balkon. Een groepje koolvissen onderschept de vlieg, maar weet niet zo goed hoe hem te pakken. Keer ik op keer mist hun aanval doel. Als ik echter de vlieg sneller strip naarmate de vissen dichterbij komen, is het raak. Na een stevige strijd land ik een koolvis van een kilo of twee.
We vissen nog even door. Ook Rob krijgt de smaak te pakken. Vanaf ons balkon zie ik hoe de vissen vanaf de bodem van de twee meter diepe haven, recht omhoog komen om de vlieg aan te vallen. Na een serie van missers is het ook voor Rob raak. Een fraaie koolvis laat zich vanaf de drijvende steiger onthaken.

Saltstraumen

Een verblijf in de buurt van Bodø kan niet zonder ten minste één bezoekje aan Saltstraumen, de snelste getijdestroom ter wereld. En als je dan toch aan dat water staat, kun je er net zo goed even een lijntje natmaken. Bij vorige bezoeken vingen we voornamelijk koolvisjes. Na onze ervaringen bij de jachthaven had ik me daarom voorgenomen eens een hertenharen slider door de kolkende stroom te trekken.
Tot mijn verbazing trekt het aasje direct de aandacht van hongerige koolvisjes. Kolken achter de vlieg maken duidelijk dat de vissen het lastig vinden om goed op de vlieg in te zoomen. In plaats van te versnellen, stop ik daarom abrupt met binnenstrippen. Een prima keuze, zo blijkt. Want met een plons duikt een koolvis over het aas om zichzelf te haken. Na deze eerste vis volgen er tientallen. Niet groot. Maar de incidentele vis van zo’n anderhalve kilo maakt het tot een spectaculaire visserij.

Toch weer Hufter 1

De grootste koolvis komt toch weer van de topstek van de week. We hebben de drift vroeg ingezet, op de plek waar de Lowrance nog 25 meter water onder de kiel aangeeft. Ik vis met mijn viertje, met een zelfgemaakte schietkoplijn van een dikke 150 grains en een volglijn van nylon dat door strandvissers als voorslag wordt gebruikt. Dat ik met deze combinatie diepte haal, blijkt als ik op zestien meter diepte stukjes koraal mee naar boven haal. Bas vindt het vliegvissen gedoe, maar Rob zegt niets over mijn ‘forelhengeltje’. Vorig jaar viste ik de hele trip met een soortgelijk hengeltje en pakte ik er honderden dikke gullen mee. Het geheim zit hem volgens mij in het  vertrouwen om het hengeltje tot de limiet te belasten tijdens een dril.
Na twee gullen, haak ik een vis die rustig meezwemt tijdens het binnenstrippen. Een aanloopje voor wat komen gaat, zo blijkt. Want na een paar meter dendert de vis onhoudbaar naar beneden. Ik houd het hengeltje laag, het is belangrijk dat bocht in de hengel niet meer dan negentig graden is. Zo kan gebruik ik het sterkste deel van de hengel om de vis tegenwicht te geven. Ik probeer de vis voortdurend uit balans te trekken, maar mijn tegenstander herhaalt de meezwem-en-wegduiktruc toch nog drie keer. Dan lukt het me de vis naar het oppervlak te dirigeren. Uit drie monden klinkt gejuich als de witte ‘sportstreep’ van mijn tegenstander zichtbaar wordt. Een koolvis van opschepformaat, Hufter 1 heeft het weer voor elkaar gekregen.

Links


Expedition Bodø

5: Death, taxes and coalfish

It wouldn’t surprise me if in Norway the well-known phrase: ‘the only certainty is death and taxes’, would read ‘death, taxes and coalfish’. The humble coalfish is always around. Wherever and whenever you fish on Norwegian salt water, it is a certainty that sooner or later you will find a school of coalfish: often small, sometimes of a good size and occasionally of monster proportions. The lightning fast brother of cod and pollack has an appearance to match: a torpedo-shaped body with a dark back, a white ‘racing stripe’ and a silvery belly. Its ‘unique selling point’ of being widely available also seems to work against it; there is so much coalfish that many fishers leave them for more scarce and therefore more exciting species.  
Every coalfish knows how to paint a smile on our faces. With a small one we are pleasantly surprised about the amount of power these pocket rockets have. With bigger fish we enjoy the fight and the beautiful colours and lines of this magnificent fish.

Menno’s Hole

During a trip between the islands last year, we arrived at an open area surrounded by metal stakes indicating reefs. We decided to make a long drift over the area, as we thought the rough ground beneath us could possibly get us in touch with other species than the cod we couldn’t escape from around the islands. To a point our tactic worked. A couple of minutes into the drift my sinking fly line lost touch with the bottom. Menno had no problems. He hooked several haddock on a small pirk.
As Menno was doing well with the spinning rod we decided to finish the drift. And when he started hooking some nice coalfish right in the middle of the drift, Rob and I decided to put in yet another couple of casts with the fly rod. In mid-water we too hooked and fought some good coalfish. From that day on the spot was known to us as Menno’s Hole.
This year we come prepared. We have brought the Lowrance Elite4 and are now able to plan our drifts over areas where spinning and fly rods get the maximum fishing time. Or we can search for concentrations of mid-water fish and cast at them. Menno’s Hole doesn’t disappoint. At times we have trouble controlling good sized coalfish.

Deer-hair

We have the most spectacular confrontation with this often underestimated fish, in the marina behind our holiday home. As we are having coffee on the balcony of our home, we notice a school of fish entering the marina and causing havoc among the baitfish in the surface. ‘I have something for that’, is my first reaction, as I run to my fishing gear. I rig a four weight with an intermediate line and tie on a beautiful orange fly with a stump deer-hair head, tied by master fly-tier Floris van den Berg.
On the jetty behind our back door I make my first cast. The bubble trail in the surface draws immediate attention. ‘There they are’, Bas shouts from the balcony. A group of coalfish intercepts the fly, but their aim is sloppy. Time after time they miss their target. But as I start increasing the speed of the fly as they come close, a fish is hooked. After a hefty battle I land a scrappy four pound coalfish.
We enjoy some more fishing on the jetty. Rob gives it a try and from the balcony I see how coalfish come straight up from two metres to attack the fly. After a series of bites, Rob also has a fish on. ‘Thist is so cool’, we all say, as Rob unhooks a coalfish on the floating jetty.

Saltstraumen

A stay around Bodø is not complete without at least one visit to Saltstraumen, the fastest tidal current in the world. And while you are standing there, gazing at all that water, why not wet a line? During our previous visits we mainly caught coalfish. So after our experience in the marina I had decided to exclusively fish deer-hair sliders in this maelstrom of currents.
To my surprise my lure immediately draws the attention of a couple of hungry coalfish. Swirls behind my fly show that the fish have a difficult time homing in on it. Instead of accelerating my fly, I decide to stop it abruptly. I have made the right choice. With a splash a coalfish launches itself over the fly to take it. After this fish dozens more follow. Not too big, but the occasional three-pounder makes surface fishing here a lot of fun.

Asshole 1 delivers again

The biggest coalfish of the week comes from a familiar spot. We have started our drift over Asshole 1 early, the screen of our Lowrance tells us we have 25 metres beneath the keel. I am fishing my four weight, with a homemade shooting head weighing around 150 grains and a running line made from the mono used by surf fishermen as shock leader.  The proof that this tackle is effective over this area, comes in the shape of pieces of coral I hook at sixteen metres. Bas frowns, but Rob doesn’t say a thing. He was there last year, when I caught hundreds of good sized cod on a similar outfit. The secret of using a rod like this is to not be afraid to load this rod to the limit of its abilities. Only then you’ll find out what these tiny rods are capable of.
After hooking and releasing two cod, I hook a fish that gently swims along to the surface. It is the calm before the storm, as in mid-water the fish goes down again like a freight-train. I keep my little rod low. By keeping the angle of the bend below ninety degrees I use the powerful lower part of the blank to fight the fish. By adding side pressure to the fish I try to get it off balance. But still it manages to treat me on three more runs before giving in. Cheers sound over the water, as the white sport stripe emerges from the deep. A bragging size coalfish comes on board. Asshole 1 has delivered again. 


Menno's Gat stelt net als vorig jaar niet teleur
Like last year, Menno's Hole doesn't disappoint
Een school jagende koolvis in de jachthaven, krijgt onze onmiddellijke aandacht
A school of coalfish in the Marina, draws our attention
Hiermee moet het gebeuren: een viertje, intermediate lijn en hertenharen vlieg
Tools of the trade: a four weight, an intermediate line and a deer-hair fly

De koolvissen volgen de vlieg, maar missen regelmatig
The coalfish follow the fly but aren't very accurate in their take
Een plotselinge stop lost dat op. Ineens hangt de vis
A sudden stop solves this. Suddenly the fish is on

Een koolvis achter het huisje aan een oppervlaktevlieg: veel beter wordt het niet
A coalfish behind our holiday home on a surface fly: it doesn't get much better

Tientallen koolvissen pakken de hertenharen slider in Saltstraumen
Dozens of coalfish find the deer-hair slider in Saltstraumen
Met de hengel op maximaal negentig graden, komt alle kracht uit het onderste deel
With the rod at a maximum angle of ninety degrees, most pressure comes from the lower part of the blank

Een koolvis van opschepformaat
A bragging-size coalfish on any tackle












dinsdag 2 juli 2013

Expeditie Bodø 4

Expeditie Bodø

4: Eindelijk een platte

Ik houd me niet fanatiek bezig met een ‘bucket list’ met soorten die ik nog wil vangen aan de vliegenhengel. Het fanatiek achtervolgen van één soort, levert mijns inziens vaak oogkleppen op waardoor je blind wordt voor andere kansen wanneer die zich aandienen. Voor één soort vaar ik echter graag een stukje om. Sinds ik een jaar of twintig geleden hoorde dat er plekken zijn (in dat geval Groenland) waar heilbotten de ondiepten opzoeken in de zomer, kreeg ik visioenen met deze geweldige platvis en een vliegenhengel in de hoofdrollen. Sindsdien heb ik verschillende vissers, voornamelijk Noren, gesproken die de Atlantische heilbot aan de vlieg hebben gevangen. Het wordt dus tijd, vind ik, dat ik er ook eentje ga vangen.

Heilbot geen prioriteit

Hoewel de heilbot altijd in onze achterhoofden aanwezig is, zien we deze vis niet als prioriteit op deze trip. We twijfelen er echter geen moment aan dat er op deze plek heilbot zit. Na de eerste sessie trekken we de conclusie dat een heilbot die onze vliegen en kunstazen wil pakken, zijn best zal moeten doen. De enorme aantallen kabeljauwen maken het praktisch onmogelijk voor andere rovers om met succes te jagen, denken we. Misschien zijn ze wel helemaal verdrongen van de zandplateaus, om pas terug te komen wanneer de gul naar dieper water is vertrokken.
Door die gedachte hebben we de mogelijkheid van heilbot eigenlijk helemaal achter ons gelaten. Al geeft een zonnig driftje met een steil kantje op het scherm van de Lowrance Elite4, ons goede hoop. ‘Hier zou je toch iets anders moeten kunnen vangen’, opper ik. Mijn vismaten knikken instemmend. De plek is goedgekeurd voor andere vissoorten. Vooralsnog is het echter gul die onze azen lastigvallen.

Mysterieuze loslater

Makrelen zijn de eerste ‘andere’ vissen die we zien. Rond de toppen van de riffen azen kleine schooltjes vroege makreel op kleine vis en garnaaltjes. Een goed teken, vinden we. Wanneer de Lowrance laat zien dat we de makreel en de wierbegroeiing achter ons hebben gelaten, trekt Bas zijn spinhengel krom. ‘Dat voelt niet als een gul’, roept hij. Het lijkt op een vastloper die plotseling vooruit schiet en dan weer even blijft liggen. Geen zenuwachtig gekopschud, maar een gewone recht-toe-rechtaan run. ‘Flinke vis’, roept Bas terwijl zijn slip steeds sneller begint af te lopen. En dan is het over, de hengeltop veert recht. Terwijl Bas teleurgesteld zijn lege shad binnendraait, vragen we ons hardop af wat het was. De optie heilbot krijgt drie stemmen.

Weigerende botten

In het uur dat volgt lijkt het erop dat we het bij het goede eind hebben gehad. Als Bas zijn shad naar boven draait, zien we de geometrische vorm waar doorgewinterde Noorwegen-gangers zwetend van wakker worden: de ruit. Als een onderwatervlieger glijdt een heilbot van een centimeter of zeventig rustig naast de shad omhoog, alsof hij het aasje keurt. Op een dikke meter onder de boot laat de bot zich net zo rustig weer zakken.  Ademloos zetten we allemaal een denkbeeldige streep door ons voornemen de heilbot niet als prioriteit te zien. Die streep wordt alleen maar dikker wanneer een grotere ruit zichtbaar wordt onder mijn vlieg. Het wordt doodstil aan boord als de platte rustig meeglijdt met de vlieg en er net niet tegenaan tikt. Ik vis op dat moment met een viertje, maar zweer dat die vis wordt geland, al moet ik er achteraan zwemmen. Zover komt het niet, want ook nu laat de heilbot zich rustig zakken.

Heilbot in de boot

Een uur later zijn we een lange drift aan het maken op Hufter 1. Het fraaie plateau heeft zojuist een prachtige pollak voor Rob opgeleverd, wanneer zijn hengel weer wordt kromgetrokken. Terwijl hij duidelijk moeite heeft de vis in bedwang te houden, stamelt hij: ‘ik wil niet zeuren, maar ik denk dat dit weer geen gul is’. De vis maakt een paar stevig runs en houdt dan weer volledig stil. Bas en ik weten dat er iets bijzonders op til is. Ik heb de camera in de aanslag en bas staat klaar om de vis desnoods met handen en voeten te landen. ‘Heilbot!’, schreeuwt bas als hij als eerste de ruitvorm waarneemt. De shad zit goed gezekerd tussen de kaken van de indrukwekkende vis. Bas durft het dus aan om de vis aan de lijn dichterbij te halen en de staart te pakken. Twee tellen later flapt de vis op het dek. Een paar uur na onze eerste waarneming van een heilbot, hebben we er eentje aan boord. Geen kleuter en geen monster. Maar wel een fantastische vis, waar Rob, maar ook Bas en ik, apetrots op zijn.

Links


Expedition Bodø

4: A flatfish at last

I am not a ‘bucket list’ fanatic. Obsessively chasing after one species, often blinds you for all kinds of wonderful fishing opportunities. For one species in particular however, I gladly make a detour. Ever since I heard stories about Atlantic halibut invading shallow areas (those stories were about Greenland) twenty years ago, I had visions in which this wonderful flatfish and a fly rod were the leading characters. In later years I have spoken with several fishermen (mostly Norwegian) who have caught Atlantic halibut on a fly rod. Time, I think, to get one for myself.

Halibut no priority

Although halibut is always present in our thoughts, we don’t see this flatfish as a priority on this trip. Not for a second do we doubt though, that there is a possibility to encounter halibut in the area we fish in. After our first session though, we come to the conclusion that any halibut interested in our lures and flies will have to do its utmost to come close enough to be hooked. The massive numbers of cod make it practically impossible for any other species to hunt successfully. Maybe, we think, the halibut have gone all together to return when the cod-invasion has moved to deeper waters.
In a way this thought has given us peace of mind. Abandoning halibut as an option, has taken away some stress. Although as soon as we see a very nice steep drop-off appear on the screen of our Lowrance Elite4, hope returns. ‘It should be possible to catch something else than cod here’, I suggest. My fishing buddies nod in agreement.  The spot has received our approval for other species than cod. Even though it is only cod that is keeping us busy at the moment.

Mysterious release

Mackerel are the first ‘other’ species we notice. Around the top of some reefs small schools of early arrivals feed on small fish and shrimp. A good sign, we think. When the Lowrance shows that we have left the weeds and mackerel behind us in the drift, Bas pulls a serious bend in his spinning rod. ‘No way is this a cod’, he utters. The bite looks like he is stuck to the bottom, but suddenly the fish makes a run: no nervous headshakes, just plain straightforward power. ‘Big fish’, Bas says, while his drag starts to click faster and faster. And then it is over, the rod tip springs straight. As a disappointed Bas winds in his shad, we all wonder what fish it was. Halibut gets three votes.

Halibut refusal

During the next hour we seem to get confirmation of our choice. As Bas winds up his shad we see the geometric shape that makes experienced Norway-fishermen lose sleep and break sweat: a diamond. A halibut of around seventy centimetres leisurely glides up besides the shad, as if he is judging the lure. A little more than a metre below the boat, the big flounder slowly descends out of sight. Breathlessly watching this spectacle, we put an imaginary line through our intention to disregard any chance of catching halibut. That line only gets thicker as a bigger diamond shows up beneath my fly, nearly touching it with its mouth. I am fishing a four weight at the time, but I vowe to land this fish even if I have to jump in and swim after it. Unfortunately it doesn’t come to that, as this fish too decides to gently find its way back to the reef.

Halibut on board

An hour later we are making a long drift over Asshole 1. This beautiful plateau has just delivered, with a beautiful pollack for Rob. In his next cast his spinning rod is pulled down yet again. While he is struggling to control his opponent, he utters: ‘I don’t want to nag, but I am pretty sure that this isn’t a cod’. The fish makes a couple of straightforward runs combined with some sudden stops. Bas and I know something special is about to happen. I am keeping my camera ready and Bas gets in place to land the fish, with hands and feet if he has too. ‘Halibut’, Bas shouts as he sees the diamond-shape appear from the deep. The shad is firmly secured between the jaws of this impressive fish, so Bas feels comfortable grabbing the line to get hold of the tail. Seconds later the fish flaps on the deck. Only a couple of hours after our first positive observation of a halibut, we have one on board. Not a baby, not a monster, but a magnificent fish at any size. Rob, but also Bas and I are proud. More so than with any of the other fish we have caught so far on this trip.

De grote hoeveelheid gul maakt het moeilijk voor andere soorten
The massive numbers of cod make it difficult to hook other species

Een plek die mogelijkheden biedt voor andere soorten
A spot with possibilities for other species

Vroege schooltjes makreel boven de top van het rif
Early mackerel over the tip of the reef


'Dit is zeker geen kabeljauw'
'No way is this a cod!'

Die vis wordt geland, desnoods met handen en voeten
That fish will be landed, if necessary with hands and feet



Geen baby, geen monster, maar een machtige vis in ieder formaat
Not a baby, not a monster, but a magnificent fish at any size




maandag 1 juli 2013

Expeditie Bodø 3

Expeditie Bodø

3: Overal gul


De dagen dat gul alleen een vis was van ijskoude winternachten aan het strand, of kilozware pilkers boven diep water, liggen alweer een tijdje achter ons. Kabeljauw is een rover die zich afhankelijk van het seizoen op veel manieren en in veel waterlagen laat vangen, ook aan de vlieg en aan lichte kunstazen. Afgezien van een aantal sessies in de jaren ’80 tijdens de stekelbaarzentrek in Denemarken, had ik echter nooit gericht met de vlieg op kabeljauw gevist.

Grote scholen

Dit veranderde vorig jaar, toen vismaten Menno, Rob en ik, met open mond zagen hoe de gullen van Bodø vlak onder onze boot de krabben uit het wier schudden. We vingen tijdens die trip honderden gullen waarvan we er veel op zicht konden aanwerpen en haken. Ook dit jaar was er weer erg veel kabeljauw. Hun gedrag was echter totaal anders dan het voorgaande jaar.
Gullen zijn geduchte rovers, vooral wanneer ze weer op krachten moeten komen na het paaien. We zijn twee weken later dan tijdens onze trip van vorig jaar. Dat tijdsverschil is te merken. De gul is vertrokken van de ondiepe zandbodems en is zich in grote scholen aan het verzamelen op iets dieper water, waar ze zich tegoed doen aan alles wat in hun bek past; van garnaal tot koolvis, niemand is zijn leven zeker als er een school zomergul voorbij komt.

Doublet

Het vissen op kabeljauw in de zomerse kustwateren rond Bodø is niet bepaald hogere wiskunde. Er is zoveel vis, dat we de moeite niet nemen een score bij te houden. Als we een keer besluiten wel te tellen zijn we dat bij nummer vijftien al zat. We zijn dan immers al een minuut of tien aan het werpen en binnenstrippen. De gullen pakken alles. Bas vist vooral met shads, maar ook pilkertjes en ander kunstaas worden nog in de afzink door de gretige rovers gepakt. Rob en ik vissen vooral met verzwaarde vliegers. Als ik er uit meligheid een ophangertje bijzet, pak ik mijn eerste gul-doublet aan de vliegenhengel. Bij de volgende worp is de pret voorbij. Na een keiharde dreun op de hengel veert de top omhoog en komt de lijn zonder vliegen boven.

Visueel spektakel

Als we even geen gul kunnen vinden, biedt de Lowrance Elite4 soelaas. Binnen een paar minuten vinden we wel een plek waar het scherm volloopt met een combinatie van aasvis en jagende gul. Op sommige plaatsen hebben de kabeljauwen geen tijd om op onze vliegen en kunstazen te wachten. Regelmatig zien we een stompe kop met dikke lippen uit de diepte verschijnen om onze aasjes halverwege te begroeten. Als de vlieg of shad uit het zicht verdwijnt is de kans groot dat de gul vastzit. Kopschuddend verdwijnt de vis dan tijdelijk naar de diepte. 
Met zoveel vis zou je zeggen dat kabeljauw snel verveelt. Dit soort visuele spektakels maakt echter, dat het een verslavende bezigheid wordt.

Eén met de natuur

Een kort ritje ten zuiden van ‘ons’ haventje in Kløkstad ligt een kleine eilandengroep. Eén blik op de kaart maakt duidelijk dat het hier met ieder windtype goed toeven is. Tussen de eilanden lopen waterwegen die soms zo smal zijn dat het lijkt alsof je door een stadsgracht vaart. Maar dan wel een gracht met boven je zeearenden en raven en onder de kiel een grillige rotsbodem vol met zoutwaterjagers.
Alleen al voor de omgeving is dit gebied een dikke aanrader. Maar daar blijft het niet bij. De visserij kan ronduit spectaculair zijn, met gullen van vaak een respectabel formaat die de vliegen tot aan het oppervlak volgen en dan agressief toeslaan. We besteden meerdere sessies tussen de eilandjes. Met de Lowrance vinden we interessante putjes en taludjes van waaruit gullen recht omhoog zwemmen om het lekkers te pakken, dat wij in de aanbieding hebben. Je zou zeggen dat zo’n gul rechtsomkeert zou maken bij het zien van een aantal ongeschoren vissers in een boot. Maar nee, meerdere malen zet de vis nog even een sprintje in om het aasje zeker te stellen. En vaak zwemt er dan wel een grote broer of zus mee die we ook een traktatie voorhangen: te gemakkelijk eigenlijk.

Drie variaties

Na een week hebben we de kabeljauwen geclassificeerd in drie typen: zandgul, wiergul en rotsgul. De zandgul is grauw van tint, met kleine zwarte spikkels. Deze vissen hebben een enorme kop in verhouding tot hun lichaam. Ze zijn het agressiefste van de kabeljauwen die we vangen.
De wiergul is de fraaiste: een stevig lijf met een donker vlekkenpatroon op een vel in brons tot feloranje. Vooral tussen de eilandjes vangen we een combinatie van wiergullen en rotsgullen. De laatste heeft een fraaie bruine tint en een strak vlekkenpatroon.
Het benoemen van deze kabeljauwen heeft geen enkele wetenschappelijke ondergrond. Het geeft ons weer wat meer pret. Het is uiteraard dezelfde soort die zich heeft aangepast aan verschillende omgevingen.

Voedselnijd

Voor de laatste sessie voor het koffers pakken zijn we voorbij Het Paradijs naar het Noorden gevaren tot aan een serie rotsen, die worden omringd door een brede zandstrook. De Lowrance laat een mooie, gevarieerde bodem zien en daarboven een dikke laag vis. ‘Is dat wel vis?’, vraagt Rob zich hardop af, als hij naar de massieve koek op het schermpje kijkt. ‘Denk het wel’, zegt Bas. Zijn shad is halverwege de bodem vastgelopen op een dikke gul. Als de vis in het zicht komt ontvouwt zich voor onze ogen een bizar schouwspel. De gehaakte vis wordt geflankeerd door twee grotere exemplaren die op het gehaakte exemplaar inbeuken. Het lijkt een soort voedselnijd. Maar wat is het voedsel, de prooi of de jager?

Woeste meezwemmers

Groot aas betekent grotere gul. Dat blijkt wel wanneer Bas zijn shad vervangt voor het grootste exemplaar in zijn kunstaasdoos. Direct begint hij de mooiere exemplaren te haken. Ik vind een clouser van twintig centimeter in mijn vliegendoos. Ook die is populair. We haken grote vissen, zien keer op keer meezwemmers agressief inbeuken op hun gehaakte soortgenoten en we haken die woeste meezwemmers ook.

De Kannibaal

De climax van deze sessie komt wanneer Rob een gul aan een shad naar boven dirigeert. Ook nu weer wordt deze vis vergezeld door een paar grote en boze soortgenoten. Dan gebeurt iets onvoorstelbaars. De grootste van de meezwemmers draait zich op zijn zij. In een flits verdwijnt de gehaakte vis, toch snel een centimeter of zestig, in de muil van de grote vis. Alleen de staart is nog zichtbaar. Rob kijkt verbouwereerd toe:  ‘Zie je dat, hij vreet hem op!’, roept hij. De maaltijd valt echter zwaar en de vis spuugt zijn soortgenoot uit. Maar als hij de diepte weer wil opzoeken draait zijn staart vast in de Robs lijn. Rob aarzelt geen moment. Hij grijpt de vis bij de staart en hijst hem aan boord: een lelijke zandgul met een waterhoofd kijkt ons knorrig aan. Hij maakt de geboorte van een nieuwe stek mee. Vanaf nu krijgt dit rotsachtige hoekje de toepasselijke naam De Kannibaal.

Expedition Bodø

3: Cod, glorious cod


The days that fishing for cod was exclusively done by surf fishermen during cold winter-nights or boaters with short rods and two pound pirks, are long behind us. Cod is a predator that can adapt to the seasons, which makes them a target for many types of fishing tackle, including fly and light spinning rods. Apart from a couple of session in the 1980’s during the stickleback migration in Denmark, I had never specifically targeted cod with a fly rod though.

Large schools

This all changed when fishing buddies Menno, Rob and I witnessed how the cod around Bodø shook the crabs from under the sea weed right underneath our boat. During that trip we caught hundreds of cod, many of which we could sight cast and hook. This year there was again a lot of cod. However, their behaviour and location was much different than during last year’s trip.
Cod become aggressive predators when they regain their strength after spawning. Our trip this year is planned two weeks later than last year’s trip. That difference is noticeable. The cod have left the shallow sandy spots and have started to school in somewhat deeper water where they feast on anything that fits in their mouths; from shrimp to coalfish, nothing is safe from a school of summer cod.

Cod double on fly

Fishing for cod in summer in the coastal waters around Bodø isn’t exactly rocket science. There is such an abundance of fish that we never took the trouble to keep a score. The one time we decide to count fish we are bored with that at fifteen. Understandably, as by that time we have already been casting and retrieving lures and flies for ten minutes. The cod take everything. Bas fishes with shads, but small pirks and other lures are welcomed by the greedy predators. Rob and I mainly fish with weighed flies. In a playful mood I decide to attach a dropper with a second fly on my leader. After the first cast I hook and land my first cod-double on fly. It is also the last, as with the second cast the flies are taken with a vicious bang on the rod followed by a lack of resistance. The line comes up fly-less.

Visual spectacle

During the scarce moments that we can’t find fish, our Lowrance Elite4 comes to the rescue. Within minutes we find a spot where the screen fills up with a thick cloud of baitfish and feeding cod. On some spots the cod don’t have time to wait for our flies and lures. Regularly we see a big head with chunky lips coming up from the deep to meet our lures halfway. As soon as the lure or fly disappears from sight the cod has devoured it. With violent head-shakes it temporarily returns to its lair.
You could think that fishing for cod starts to become boring with so many fish around. However, with many visual spectacles like the one described, it sooner becomes addictive.

One with nature

Just south of ‘our’ little marina in Kløkstad there lies a small group of islands. One look at the chart makes us realise that this is a perfect haven for bad weather from every wind direction. Between the islands run channels that give you the idea that you are fishing a mid-town canal. One with sea eagles and raven soaring above your head, that it, and beneath the keel a jagged rocky bottom filled with saltwater predators.
The scenery alone justifies a fishing session between the islands. But there is much more to it. The fishing can be downright spectacular, with cod of respectable size that follow our flies to just below the surface and then take them aggressively. We spend a couple of sessions between the islands. The Lowrance helps us find interesting holes and drop-offs from which cod emerge to take the goodies we have on offer. You would think that a cod would turn and hurry down as soon as it sees a boat with three unshaven fishermen. But no, more than once the cod decides to accelerate and secure the lure or fly. And often one of its big brothers or sisters comes up alongside and is treated by us on a fly or lure and hooked: too easy.

Three variations

During our trip we have classified the cod in three variations: sand-cod, weed-cod and rock-cod. The sand-cod is dull grey with small dark spots. These fish have enormous heads compared to their bodies. They are the most aggressive of the cod we catch.
The weed-cod is the most beautiful of the three: a firm body with dark spots over a coat of bronze to bright orange. Between the islands we mostly catch a combination of weed-cod and rock-cod. The latter has a brown tone and a symmetric pattern of dark spots.
Classifying these cod has no scientific base, we do it just for fun. They are all the same species that have adapted to different circumstances.

Prey envy

For our final session of the trip, we have taken the boat north beyond The Paradise, to a series of rocks surrounded by a wide patch of sand. The Lowrance shows a nice, varied bottom with a massive layer of fish just above it. ‘Is that fish?’, Rob wonders aloud, as he watches the screen. ‘I think so’, Bas says. His shad has been intercepted halfway by a fat cod. When the fish emerges, a weird spectacle unfolds before our eyes. The hooked fish is flanked by two larger family members, that viciously ram onto the other fish. It seems like prey envy. But what is the prey, the lure or the predator?

Wild companions

Large baits mean big cod. This becomes clear when Bas ties on the biggest shad in his box. Instantly he start to catch good quality fish. I find a twenty centimetre long clouser minnow in my fly case. A popular choice it appears. We hook large fish and time and time again we see companions hammer in at the hooked fish. Often we manage to hook these hooligans too.

The Cannibal

The climax of our final session arrives, when Rob wrestles a big cod to the surface. Again this sixty centimetre fish is accompanied by a couple of very angry, bigger cod. Then something amazing happens. The biggest of the bullies turns on his side. In a flash the hooked cod disappears in the bucket-like mouth of this angry predator. Only the tail sticks out. Rob looks in astonishment: ‘He is eating him!’, he shouts. The meal is a bit too hefty for the predator. As he spits out his prey and turns to make his descent, Rob’s line turns around his tail. Rob doesn’t hesitate and grabs the chunky fish by the tail to lift it on board: an ugly sand-cod with a bucket-sized head gives us a grumpy look. He witnesses the birth of yet another named spot: The Cannibal.

Vliegvissen op gul verveelt niet
Never a dull moment when fly fishing for cod

Zeker niet wanneer zo'n exemplaar er met de vlieg vandoorgaat
Especially not when a specimen like this one takes off with your fly
.
Een visueel spektakel
A visual spectacle

Een geweldige omgeving en spectaculaire visserij tussende eilandjes
Great scenery and spectacular fishing between the islands



Het formaat van de prooi lijkt niet uit te maken. Niets is veilig voor een school hongerige zomergullen
Size doesn't seem to matter. Nothing is safe from the hungry mob of summer cod


Is dat vis daar beneden?
Is that fish down there?

De kannibaal wordt een staarthanger
The cannibal gets himself in trouble

Een snelle actie van Rob
A swift action by Rob

Een lelijke zandgul geeft us een boze blik
An ugly sand-cod gives us the evil eye





zondag 30 juni 2013

Expeditie Bodø 2

Expeditie Bodø

2: Mysterieuze pollakken

Kabeljauw is de baas in de zomerse kustwateren rond de Noord-Noorse  stad Bodø. Deze vis is op bepaalde plekken zo talrijk, dat het lastig is om andere soorten te vangen. Het maakt niet uit waar je mee vist en hoe groot het aas is, kabeljauw lust het. Het vangen van andere soorten is in de zomer dus een grote uitdaging. Koolvis en heilbot staan als eerste op de lijst. Het zijn de soorten roofvis die je zo noordelijk verwacht. Pollak is meer een outsider. Deze vis komt tot ver boven de poolcirkel voor, maar dan vaak in kleinere aantallen. Dat juist een pollak twee keer één van de absolute topvangsten werd op onze trips naar deze arctische havenstad, was dan ook een grote verrassing.

Hufter 1

Het is gebruikelijk voor mijn visreisgenoten en mij, een naam te geven aan plekken waar we opmerkelijke vangsten hebben geboekt. Het Paradijs is er zo eentje, net als Hufter 1, op een steenworp afstand van Het Paradijs. Hufter 1 kreeg zijn naam vanwege een onbeschofte watersporter die ervoor koos op een reusachtig, leeg wateroppervlak, zijn steven recht op onze drift te richten. Door knullig vaarwerk wist hij bijna onze lijnen mee te nemen. Een actie die hem op een welgemeend en luid “Hufter!” kwam te staan uit de mond van vismaat Rob. Die terechte uitbarsting beklijft nu in de naam van de stek. En omdat we er niet helemaal zeker van waren, dat we van deze artiest waren verlost, maakten we er maar Hufter 1 van.
De Hufter 1 is een mooi rifje. Dat idee hadden we al tijdens onze eerste trip. Tijdens onze tweede trip wordt ons vermoeden bevestigd door de trouwe Lowrance Elite4, die een fraaie bult met plateau optekent op het led-schermpje. Het mooie van ons elektronische hulpmiddel is dat we nu een exact plaatje hebben waarop onze drift kunnen afstemmen met iedere getijstroom of windrichting.

Eén plateau, twee pollakken

Onze Lowrance maakt onder meer duidelijk dat Hufter 1 bestaat uit een diepe richel van aan de ene kant 25 meter en aan de andere kant vijftig meter, die oploopt naar een plateau met een diepte van tussen de elf en veertien meter. Op dit plateau, waar we vorig jaar bij toeval terecht kwamen, krijgen andere rovers dan gul, de kans om onze vliegen en kunstazen te grijpen. De meest indrukwekkende roofvis die we vorig jaar pakten, was wel enorme pollak die een vlieg pakte in de afzink. Het was de enige pollak die we tijdens die trip vingen.
Dat pollakken dun gezaaid zijn op deze breedtegraad was me bekend. Incidenteel worden er tot bij Tromsø pollakken gevangen. Het formaat van onze pollak verbaasde me echter. Het was er een die je had kunnen verwachten in de hoogtijdagen van het Engelse Kanaal, of het Eddystone Reef. Een toevalstreffer, dacht ik nog. Daaraan ga ik twijfelen als Rob aan een shad op exact dezelfde plek weer een buitenformaat pollak pakt. Deze vis is nog groter: rond de meter.

Nog een pollak

Een aantal dagen zijn we naar een groep eilandjes ‘gevlucht’ vanwege een stevige westenwind, die het driften op Hufter 1 en omliggende stekken onmogelijk maakt. Op onze laatste visdag gaat de wind om. Hufter 1 en Het Paradijs liggen ineens weer volledig in de luwte, een prachtige gelegenheid om met het afgaande tij een paar driftjes te maken.
Op Hufter 1 aangekomen blijkt direct de grote waarde van onze elektronische kijkdoos. Met wat passen en meten kunnen we een mooie drift maken van de ondiepe kant, schuin over het plateau, naar de diepe kant van het rif. Die tactiek levert ons geen windeieren op.  De altijd aanwezige gullen, vaak in stevig formaat, dreunen op onze kunstazen en vliegen. En net wanneer Bas en Rob een gul onthaken en laten zwemmen, knalt een massieve vis op de verzwaarde aasvisimitatie aan mijn vliegenhengel. Op elf meter diepte zit ik muurvast verbonden aan een vis, die direct duidelijk maakt dat het geen gul is. Geen zenuwachtig gebonk en gekopschud, maar een zakelijke weerstand en rechttoe-rechtaan run. Het lijkt penibel te worden op mijn zeventje: drie meter lijn winnen, er tien verliezen. Maar beetje bij beetje win ik terrein, vooral door  voortdurend een wisselende zijwaartse druk op de vis uit te oefenen. Dit is geen spelletje waarbij je jezelf afvraagt of je wel een bocht in je hengel durft te trekken: het is buigen of barsten.

Goud

Als de flank van mijn pollak het water naast de boot goud kleurt, bekruipt een licht gevoel van teleurstelling me. Even had gehoopt op mijn heilbot aan de vliegenhengel. Dat gevoel is direct verdwenen als ik me realiseer hoe groot deze vis is. ‘Metervis!’ roept Rob. Als ik de pollak met de kieuwgreep voorzichtig aan boord hijs voel ik het gewicht van deze massieve vis. In een jaar of dertig vliegvissen op pollak heb ik er nooit eentje gezien die hier zelfs maar in de buurt komt.
De pollak zwemt weer en heeft ons met een hoop vraagtekens achtergelaten. Het is toch een mysterie dat je op één plek waar we in dagen van intensief vissen geen pollak, klein of groot, haken, twee monstervissen haakt. En dat je het jaar ervoor op dezelfde stek ook een bak van een pollak vangt. Wij denken dat het om een geïsoleerd bestand gaat dat zich al ik-weet-niet-hoelang weet te handhaven tussen het geweld van de grote aantallen kabeljauw. Maar dan nog: schieten deze vissen kuit? En wat gebeurt er met de nakomelingen? Het is toch prachtig dat je na het vangen van zulke vissen er een puzzel bij hebt die erom smeekt opgelost te worden. Dat is voor mij de essentie van een mooie vistrip.


Expedition Bodø

2: Enigmatic pollack


There is no doubt that in the summer months cod dominates the coastal waters around the arctic town of Bodø. The species is so abundant at times, that it is very hard to get close to other species. It doesn’t seem to matter what you use as lure or bait, cod takes a liking to it. Catching other species can become a serious challenge. Coalfish and especially halibut are high on our list. They are the predators you expect when fishing these waters. Pollack is an outsider. This species is caught in places north of the arctic circle, but never in great numbers. So it came as a big surprise to us that pollack became one of our highlights of both our trips to this arctic harbour-town.

Asshole 1

On our trips my buddies and I like to give names to spots where we have made remarkable catches. The Paradise is one of them, Asshole 1 is another. This somewhat rude name came about when a very rude boater made trouble for us. On a vast and empty water surface, he chose to set course for our little boat, nearly taking our lines in the process. The loud and rightful “asshole!” out of Rob’s mouth has endured in the name of this spot. And because we were taking into account that this might not be our only encounter with this boating ‘artist’, we put a 1 behind the name.
Asshole 1 is a textbook drift. We already thought so during our first trip. On our second trip we get confirmation from our faithful Lowrance Elite4, which shows a beautiful plateau on its led-screen. The beauty of this electronic aid is with its information we can mould a perfect drift with every wind-direction and tidal current.

One plateau, two pollack

One of the things our Lowrance makes clear is that Asshole 1 is surrounded by a 25 metre deep ridge on one side and a fifty metre one on the other. The plateau itself has a depth between eleven and fourteen metre. On this ledge, which we found by coincidence, other predators than cod have been able to intercept our lures and flies. Most impressive of which was a very big pollack that snapped up a fly in the descent. It was the only pollack we caught during our 2012 trip.
Coincidence was my first thought after releasing the 2012 pollack. I abandon that thought when Rob hooks an even more massive pollack on exactly the same spot. this fish is even bigger than my 2012 pollack: around the metre mark.  I already knew that pollack are few and far between on this latitude. Incidentally pollack are caught as high up as Tromsø. The size of our pollack however, is the biggest surprise. It is a pollack you’d have expected to catch during the heydays of the English Channel and the Eddystone Reef.

Another pollack

Due to a strong westerly wind we are forced to seek refuge between a couple of islands south of our base camp. The weather makes fishing our favourite spots impossible. On the last day of the trip the wind and our luck turns. Asshole 1 and The Paradise are suddenly accessible. The ideal scenario for a number of drifts on the outgoing tide.
After arriving on Asshole 1 the value of our electronic aid becomes obvious. With the information on the screen we can tailor a beautiful drift, crossing the plateau towards the deep ledge. This tactic produces the goods, as the always present cod, often in good sizes, attack our lures and flies. And just while Rob and Bas release their cod something heavy decides to eat my weighed baitfish imitation. Instantly it is obvious that I don’t have a cod on the other end of my fly line. No nervous tail wiggles and head shakes. This fish gets the job done clinically and straight forward. It starts to get serious when every time I manage to reel in three metres of line, the fish takes ten over and over again. But bit by bit I manage to turn the tables by constantly applying side pressure with my seven-weight. This isn’t a game where you ask yourself if you can put a bend in your rod. I have to trust my material and put it to the limit.

Gold

As the flank of my pollack gives the water besides the boat a golden shine, a slight feeling of disappointment creeps up on me. For a while I had hoped to see the diamond shape of a halibut appear from the depth. That feeling is gone instantly when I realise how big this fish is. “Metre plus!” shouts Rob, as I carefully lift the fish on board. In thirty odd years of fly fishing for pollack, I have never seen one of this size.
The pollack is back on its reef and it has left us with a lot of questions. It is a mystery that you catch two fish of monster proportions, on a location where you don’t connect with any other pollack at all. That the same happened the year before, makes it an even bigger mystery. We are quite certain that these fish belong to an isolated population that have been present on this reef for many years, withstanding the pressure from the enormous schools of marauding cod. But the question remains: do these fish spawn? And if so, what happens to the offspring? It is a beautiful though that catching a fish of a lifetime leaves you with a puzzle that begs to be solved. For me that is the essence of a perfect fishing trip.

De eerste en enige pollak van 2012
The first and only pollack from 2012

Rob pakt de eerste pollak van 2013 op een shad
Rob opens the score in 2013 with this stonker on a shad

Dit voelt zeker niet als weer een gul
This certainly doesn't feel like yet another cod


Een pollak van wereldformaat en dat aan de vliegenhengel
A world class pollack, especially on a fly rod

Terug naar een geheimzinnige populatie van reuzenpollakken
Back to the mysterious population of giant pollack






zaterdag 29 juni 2013

Expeditie Bodø 1

Expeditie Bodø

1: Terug naar het paradijs


 Een trip naar het noorden van Noorwegen is een hoogtepunt van mijn sportvisjaar. Voor de tweede keer in twee jaar zetten twee vismaten en ik koers naar de havenstad Bodø. De fantastische visserij die wij het eerste jaar waren tegengekomen, had ons het idee gegeven dat er hier nog veel te onderzoeken was. Door het gebrek aan dieptemeter hadden we ons dat eerste jaar vooral geconcentreerd op stekken die met het blote oog te vinden waren, zoals onderzeese bergen met hun top nét boven het oppervlak, steile rotswanden en plekken waar het water abrupt verkleurde van licht naar donker. Die strategie had ons geen windeieren gelegd. Maar met een Lowrance Elite4 fish finder/GPS-plotter aan boord, zou nu ook het onzichtbare zichtbaar worden.

Hereniging

De terugkeer met Het Paradijs had ik met dikke letters in mijn agenda gezet. De stek had zijn naam  verdiend door een combinatie van adembenemende schoonheid en fantastische visserij. Stel jezelf een Bounty-strandje voor, met stralend wit zand en glashelder water. Stel je nu datzelfde strand voor, maar dan ingeklemd tussen twee rotswanden, waarop zeearenden broeden en gevuld met hongerige kabeljauw die je op zicht kunt aanwerpen. Heb je dat? Dan heb je een plaatje van onze favoriete stek van vorig jaar.
Het binnenvaren van Het Paradijs voelt als een hereniging met een goede vriend. Het zand is nog wit en het water smaragdgroen. Maar iets is anders; de kabeljauw die zich vorig jaar in het baaitje tegoed deed aan krabben, lijkt te zijn vertrokken.
Toch levert de eerste worp van onze trip vis op. Vismaat Bas, voor het eerst in Het Paradijs, heeft duidelijk weinig vertrouwen in de zandbodem onder de boot. Hij heeft een shad naar de rand geworpen en deze in het wier laten zakken. Nog in de afzink is het aasje gepakt door een gul. Ze zijn er dus toch nog.

Wennen

Het lijkt erop dat we moeten wennen aan deze vertrouwde omgeving. Na de eerste vis van Bas, haken wij ook gul aan de vliegenhengels. Niet de wilde krabbeneters die we vorig jaar vonden, maar gullen die vanuit de dieper gelegen wierbedden onze vliegen en kunstazen komen halen. Dit jaar zijn we hier twee weken later dan vorig jaar. Dat verschil is te merken. De kabeljauw is al aan het scholen en maakt zich klaar voor de najaarstrek naar diep water. Gretig zijn ze wel. Zodra we een schooltje gullen vinden, stuiven ze het zand over achter onze azen aan. We haken vis na vis en horen zelfs de vertrouwde roep van één van de zeearenden die op de rotswanden bivakkeren.
Twee uur nadat we zijn geland in Bodø, zijn we Het Paradijs binnengevaren. Drie uur na het ophalen van onze huurauto, landt Rob een kneiter van een gul aan de vliegenhengel: diep geel/oranje van kleur. Onze trip heeft een vliegende start gemaakt en het paradijs is nog steeds paradijselijk.

Links

Holland Nautic
Danske Feriehus Bookingburo
Mystic Outdoors
Solitude Reels

Expedition Bodø

1: Return to paradise


 A trip to northern Norway is one of the high points of my sportfishing year. For the second time in two years, two fishing buddies and I set course for the harbour town Bodø. The fantastic fishery we encountered during our first trip had left us with the idea that there was much left to explore here. As we hadn’t brought a fish finder on our first trip, we concentrated on spots we could identify without the help of electronics, like seamounts with the tips exposed, steep cliffs and spots where the colouration of the water exposed drop-offs. This strategy turned out to be very successful, so it would be interesting to see if our Lowrance Elite4 would improve our fishery. As now the invisible would become visible to us.

Reunion

The reunion with The Paradise was marked in my calender with bold capitals. The spot earns its name through a combination of stunning scenery and fantastic fishing. Picture this: a tropical beach, white sand and crystal clear water. Now picture this beach surrounded by two granite cliffs on which sea eagles nest, and the water filled with hungry cod you can sight cast at. Got it? That is the spot I am talking about here.
Drifting into The Paradise feels like being reunited with a long lost friend. The sand is still white and the water emerald green. But something is different; the cod that were greedily feeding on sand crabs, seem to have left. Yet, the spot delivers from the first cast. Fishing buddy Bas, a first timer in The Paradise, obviously doesn’t trust the sandy bottom below the boat. He has cast his soft plastic lure towards one of the cliffs. During the descent, his lure is intercepted by a cod. They are still here.

Paradise still paradise

It seems that we have to get re-acquainted with these familiar surroundings. After the first fish, we started to hook cod on our fly rods. Not the wild crab eaters this time, but fish that come up from the deeper weed-beds, to snap up our flies and lures.  This year we have planned our trip two weeks later than last year’s trip. The difference is clearly noticeable. The cod have started to school and are getting ready for their autumn migration to deeper waters. They are still greedy though. As soon as we find a small school of cod, they hurry from the deep over the sand, to attack our lures. We hook fish after fish and after a while we even hear the familiar call of the sea eagle and see him landing on his cliff.
Two hours after our plane touched down in Bodø, we have drifted into The Paradise. Three hours after we had collected our hire car, Rob lands a fat orange/yellow cod on his fly rod. Our trip has made a flying start and The Paradise is still paradise.
Spierwit zand tussen granieten kliffen: Het Paradijs ligt er nog net zo bij als vorig jaar.
White sandy beach between granite cliffs mark The Paradise


Een paar uur na de landing vangt Rob deze prachtige gul aan de vliegenhengel
Within hours after touchdown Rob lands this magnificent cod on the fly rod


Het Paradijs is nog steeds een paradijs
The Paradise is still paradise